Beschrijving
Tempels en graven in Egypte
De meest bekende koningsgraven in Egypte zijn de piramiden uit het Oude Rijk. Zij zijn ontwikkeld uit de rechthoekige mastaba’s. Als eerste ontstond de trappiramide van Djoser in Sakkara. Enkele decennia later werden de eerste gladde piramiden gebouwd in Dasjoer, Gizeh en Aboesir. Deze koninklijke bouwwerken maakten deel uit van een groot tempelcomplex. De farao’s van het Middenrijk lieten zich nog steeds in piramiden begraven, zij het met een beduidend mindere bouwkwaliteit.
In het Nieuwe Rijk veranderde de koninklijke grafcultuur. De farao’s kozen voor rotsgraven in het Dal der Koningen bij het oude Thebe. Graven van onder anderen Toetanchamon en Sethy I bestaan uit gangen en kamers met reliëfs en teksten over de reis door de Doeat. Naast deze koningsgraven werden ook privégraven voor ambtenaren en priesters aangelegd. Deze graven tonen scènes uit het dagelijks leven en geven inzicht in de sociale structuur van Egypte. Gelijktijdig ontwikkelden zich, naast het tempelcomplex van de hoofdgod Amon-Ra in Karnak, de dodentempels uit het Nieuwe Rijk. Deze tempels, zoals die van Hatsjepsoet en Ramses III, lagen op de westoever van de Nijl, aan de rand van de vruchtbare vlakte, en waren gericht op de verering van de overleden farao.
In de latere periode, vooral onder de Ptolemaeën, werden grote godentempels gebouwd, zoals in Dendera en Edfoe. Deze tempels waren gewijd aan goden als Hathor en Horus en fungeerden als centra van ritueel, economie en bestuur.








