
De Henqet-anch tempel van Thoetmoses III – restauratiewerkzaamheden gaande – Foto A.N. Cooligan
In de roman De verborgen Tombe speelt de oorspronkelijke dodentempel van Mencheperra Thoetmoses III, de zogenaamde Henqet-anch (“Schenker van Leven”), een belangrijke rol. De hoofdpersonages Kevin Savernake en zijn vriend Marc Spencer dwalen in het verhaal over het terrein dat op dat moment nog bedekt is met woestijnzand en zwerfvuil. Inmiddels is de werkelijkheid op de Westoever van Loeksor spectaculair veranderd door jarenlang intensief archeologisch onderzoek.
Hoewel pioniers als Richard Lepsius de tempel al in 1844 identificeerden en ook George Daressy en Arthur Weigall er rond de vorige eeuwwisseling kortstondig onderzoek deden, was het Herbert Ricke die in de jaren dertig de eerste belangrijke fundamenten voor ons begrip van het complex legde. Daarna bleef het decennialang stil rondom de tempel van Thoetmoses III, tot Dr. Kent Weeks in 2005 de hoop uitsprak dat de resten ooit schoongemaakt en beschermd zouden worden. Die wens ging in 2008 in vervulling toen de Spaanse egyptologe Dr. Myriam Seco Álvarez de concessie verkreeg.
Gedurende zestien opeenvolgende opgravingscampagnes heeft haar team de Henqet-anch systematisch blootgelegd. De tempel van Thoetmoses III is, ten opzichte van het Ramesseum, aan de overzijde van de asfaltweg gelegen. De Spaanse archeologen hebben niet alleen de ommuringsmuren, de opgang en de pylonen gereconstrueerd, maar ontdekten ook dat de tempel bovenop een veel oudere begraafplaats uit het Middenrijk was gebouwd. Bovendien stuitte Seco Álvarez op een necropool uit de Eerste Tussenperiode en talrijke graven uit de Late Periode. Dankzij haar werk is de tempel die in de roman nog verborgen lijkt onder het zand, getransformeerd tot een van de meest fascinerende archeologische locaties van het huidige Thebe.
Lees het verslag van de hand van Myriam Seco Álvarez: Thutmose III Temple Project, Conservation and Site Management.