|
Egypte kan wel degelijk zorgdragen voor haar eigen
culturele erfgoed, vindt de secretaris generaal van
de Egyptische Raad voor Oudheden, Zahi Hawass. Tien
jaar geleden was dat nog niet het geval. Duizenden jaren
oude monumenten werden verwaarloosd of alleen voor het
toerisme uitgemolken. Maar Hawass weet wat goed is voor
het nalatenschap van de farao's. Sinds hij de scepter
zwaait over alle piramides, sfinxen, mummies, tempels
en tombes die Egypte tot de bakermat van de beschaving
maken, gaat hij frontaal de confrontatie aan met buitenlandse
betweters. Het is hoog tijd dat de weggehaalde oudheden
worden teruggegeven aan het land van herkomst. Maar
hij erkent dat het nog aan goede Egyptische egyptologen
ontbreekt. Nederlanders doen uitstekend werk, maar de
buitenlanders moeten zich realiseren dat Egypte de baas
is. En als gestolen kunstschatten niet worden teruggegeven
gooit hij de archeologen onverbiddelijk het land uit.
Veel buitenlandse archeologen hebben kritiek
op uw dictatoriale manier van handelen. Maar niemand
durft u daarop aan te spreken omdat u critici een vergunning
voor opgravingswerk zou kunnen ontzeggen. Is er reden
voor die angst?
Ik heb nog nooit mijn macht misbruikt. Ik zou nooit
iets tegen iemand doen, als daar niet een goede reden
voor was. Als u een goede wetenschapper bent, zal niemand
u lastig vallen. Wij zullen u beschermen. Maar mensen
die vuile praatjes over mij verspreiden zijn degene
die artefacten smokkelen, verkopen of kopen. Dat zijn
de egyptologen die zich schuldig voelen.
Ik ben de eerste bij de Raad van Oudheden die strenge
regels heeft opgesteld voor archeologisch werk in Egypte.
We stellen als voorwaarde dat de egyptologen zijn aangesloten
bij wetenschappelijke instellingen en iedereen moet
zijn werk zowel in Arabisch als in de eigen taal publiceren.
Ik heb 55 expeditieteams het land uitgezet. Het waren
amateurs. Sommige werkten hier al twintig jaar zonder
ook maar ooit iets te publiceren in een wetenschappelijke
uitgave.
U tekent met ons een contract. Als u iets vindt, moet
u daarvan eerst de Raad van Oudheden informeren. Waarom?
Omdat buitenlanders er een handje van hebben de publiciteit
op te zoeken om zichzelf te promoten. Maar wij moeten
eerst zien wat u hebt gevonden. Wij moeten het beoordelen.
Als alles klopt zullen wij de aankondiging doen, want
wij zijn hier de baas.
De Nederlanders vonden een tombe uit het Nieuwe Koninkrijk.
Zoals het hoort, stuurden ze mij een rapport met hun
theorie dat het een graf was van de tweede dynastie
in het Nieuwe Koninkrijk. Dat is prima. Ik zei als jullie
in die theorie geloven dan publiceer je een wetenschappelijk
artikel in een vakblad, maar niet in de krant. Wij zullen
het artikel met belangstelling bestuderen.
Mensen houden er niet van dat Egypte regels heeft.
Alles was vroeger in handen van de buitenlanders. Dus
wanneer er plotseling een Egyptenaar is die zegt stop,
u moet mijn regels volgen, zijn ze ontevreden. Ze zijn
gewend dat ze alles kunnen doen wat ze leuk vinden.
Egypte was als de Raiders of the Lost Ark. Nu, voor
de eerste keer, hebben we de zaak onder controle gebracht
voor het behoud van de monumenten.
We hebben talloze teams uit verschillende landen die
hier in Egypte werkzaam zijn. Iedereen doet nu goed
werk. Onze strikte regels zijn in het voordeel van archeologen
die serieus bezig zijn. De Nederlanders doen uitstekend
werk, zoals de archeologen van de Universiteit Leiden
bij de necropolis van Sakkara, maar ook elders.
Sinds uw aanstelling probeert u Egyptische
oudheden terug te vorderen van musea over de hele wereld.
Hoe verloopt deze campagne?
De Raad voor Oudheden maakte er vroeger nooit werk
van om gestolen artefacten terug te krijgen. Ik heb
dat wel altijd gedaan. Gedurende mijn carrière,
elke keer dat ik een lezing gaf in een buitenlands museum,
zag ik talloze gestolen stukken in musea over de wereld.
Ik herinner me dat ik in 1977 op bezoek was in het museum
in San Francisco en zag dat ze daar gestolen stukken
van Sakkara in de expositie hadden uitgestald. Ik overtuigde
de curator dat hij ze aan Egypte terug moest geven.
Pas sinds ik inspecteur en directeur werd, kreeg het
probleem aandacht bij de Raad voor Oudheden.
Hoe overtuigt u musea om een kostbaar object
aan Egypte terug te geven?
In 1993 was ik in het Museum of Fine Arts in Boston.
Ik zag dat ook zij enkele gestolen stukken in bezit
hadden. Toen heb ik gedreigd dat ik hun opgravingsexpeditie
in Giza zou stopzetten als ze het stuk niet teruggaven.
Ik had daar helemaal geen zeggenschap over want ik was
nog maar inspecteur. Maar het werkte wel.
Toen ik drie jaar geleden secretaris generaal werd,
besloot ik een nieuw systeem in te stellen. Ik opende
een afdeling voor de terugvordering van gestolen oudheden
en ik schreef een brief naar elke museumdirecteur in
de wereld met de boodschap dat we geen wetenschappelijke
relatie konden hebben als er gestolen Egyptische oudheden
in hun bezit waren. We stuurden vier mensen het land
uit omdat ze betrokken waren bij de handel in onze artefacten.
Ik heb een internationaal netwerk van spionnen die
voor mij alle musea ter wereld nakijken of er gestolen
stukken zijn. Tegelijkertijd stropen we het internet
af om te zien wat er wordt aangeboden op veilingen.
We kijken elke catalogus van elke expositie na. We hebben
een internationaal bewustzijn gecreëerd dat Egypte
het niet langer tolereert dat ons erfgoed wordt geroofd.
Toen mensen merkten dat we het meenden, begonnen ze
objecten naar ons terug te sturen. Gewoon met Federal
Express, meestal met de afzender erbij vermeld, soms
anoniem, van mensen die thuis stukken hadden staan.
We hebben tot nu toe drieduizend stukken teruggekregen.
Alle stukken zullen over zes maanden worden tentoongesteld
in een speciale expositie het Egyptische Museum in Caïro.
Is uw dreigement om archeologen het land uit
te zetten niet gelijk aan afpersing?
Ik weet dat ik iets heel machtigs in handen heb. En
ik heb het dreigement met succes gebruikt. Ik bluf niet,
het is geen grap en het werkt altijd. Meest recent in
België. Op mijn verzoek om de teruggave van een
artefact, kreeg ik het antwoord dat het wel even kon
duren omdat de minister eerst toestemming moest geven.
Toen heb ik gezegd dat ik de opgravingen door de Belgische
archeologen zou stopzetten totdat de minister de tijd
had gevonden om tot een besluit te komen. De volgende
dag ontving ik bericht dat het voorwerp opgehaald kon
worden.
Het ging om een kalkstenen reliëf van omstreeks
2500 v.Chr. dat in 1965 was gevonden in een mastaba,
een Oudegyptisch graf, in Giza bij Caïro. Het stuk werd
uit een depot gestolen en het land uit gesmokkeld. In
1973 kocht het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis
in Brussel het reliëf van een Belgische privé-verzamelaar.
Misschien dat sommige mensen het als afpersing zien,
maar dit is het culturele erfgoed van Egypte dat gestolen
is. Dieven penetreren een graf, hakken de reliëfs
uit, beschadigen het monument en vervolgens is het te
bezichtigen in uw museum. Is dat eerlijk? Hoe kan ik
met u aan tafel zitten, als u de geschiedenis van mijn
land verwoest, wanneer u de geest van de farao verstoord?
Moet ik dan aardig blijven en u uitnodigen om nog meer
objecten te komen stelen. Dit is geen afpersing, dit
is gerechtigheid. Als u mij daarbij niet helpt, kunt
u niet in Egypte terecht. De egyptologen moeten de musea
en universiteiten waarbij ze zijn aangesloten dwingen
het roofgoed terug te geven. Als ze dat afpersing vinden,
best, dan pers ik ze af om de geschiedenis te herstellen.
Een groot beeld van Koning Amenhotep III was in 1970
in Loeksor gevonden. Dit beeld had prachtig grote ogen.
Dieven hebben toen in 1980 een van de ogen uitgezaagd
en op een veiling verkocht. Vandaag hebben we uitgevonden
dat het Kunstmuseum in het Zwitserse Basel het object
had gekocht. Daarom stuur ik ze nu een brief met de
eis dat het wordt teruggegeven. Anders haal ik Interpol
erbij en sleep ik ze voor de rechter. Ik maak er een
groot schandaal van.
Ik werk in het belang van de archeologie. Niet alleen
voor Egypte, maar voor de hele wereld. Want onze monumenten
zijn niet alleen van Egypte, maar van iedereen.
Welke stukken wilt u precies terughebben?
De Raad voor Oudheden concentreert zich op objecten
die na 1972 zijn gestolen, omdat in dat jaar de lidstaten
van de UNESCO een Conventie tekenden waarin werd afgesproken
dat alle kunstvoorwerpen die sindsdien uit een land
zijn gesmokkeld naar dat land van herkomst moeten terugkeren.
Juridisch kan Egypte daarom alleen aanspraak maken op
stukken die na die tijd zijn verdwenen.
Maar afgezien van de objecten die na 1972 zijn gestolen,
vind ik dat er vijf unieke stukken in Egypte thuishoren
die voor die tijd zijn weggehaald. Ik ben er niet op
uit om alles terug te krijgen, maar deze vijf bijzondere
objecten dienen in het land van herkomst te zijn. Dat
zijn de Steen van Rosetta in handen van het British
Museum in Londen, de buste van Nefertiti eigendom van
het Egyptische Museum in Berlijn, de Zodiak in het Louvre
in Parijs, het beeld van Hemioenoe in het Roemer-Pelizaeus
Museum in het Duitse Hildesheim en de buste van Anchhaf
van het Museum of Fine Arts in Boston.
Ik nodig de internationale gemeenschap via de UNESCO
uit om mij hierin te steunen. Ik probeer samen te werken
met landen die ook veel cultureel erfgoed hebben verloren
zoals Griekenland, Italië, Frankrijk, China en
Irak.
Heeft u de British Museum en het Louvre ook
gedreigd de egyptologen het land uit te zetten?
Nee, ik volg een andere strategie voor die vijf stukken.
Ik wil niet dat de Britse premier of de Franse president
met iemand in Egypte belt. Dat zou het gevolg kunnen
zijn als ik dreig hun activiteiten in Egypte stil te
leggen. Ik wil niet verstrikt raken in politiek, ik
wil niets met regeringen van doen hebben. Dit is iets
tussen mij en de musea.
Veel mensen zeggen dat Egypte geen aanspraak
kan maken op het erfgoed omdat het er niet goed voor
zorgdraagt. Is dat een geldig argument?
Dat is onzin. Vroeger, tien jaar geleden, was dat misschien
nog het geval. De opslag in de kelder van het Egyptische
Museum in Caïro was het laatste voorbeeld daarvan. Dat
was inderdaad een grote chaos. Niemand wist wat daar
onder het stof lag en niemand weet wat er over de jaren
allemaal verdwenen is. Daarom heb ik het afgelopen jaar
een bestand laten maken van de vergeten stukken en wordt
er een nieuwe opslag aangelegd.
Kijkt u naar het Loeksor Museum en ons Nationaal Museum
in Alexandrië. Onze musea zijn beter dan die van
u. Er is hier een ware revolutie aan de gang. We zijn
dertien nieuwe musea aan het bouwen om alles onder te
brengen. Wij zorgen beter voor ons erfgoed dan wie dan
ook.
Zal alles weer afglijden in de oude toestand
wanneer u vertrekt?
Ik zet me in voor de conservering van ons nationale
erfgoed omdat ik goed ben opgeleid in de egyptologie.
In sta bekend als een goede archeoloog. Mijn opvolger
zal diezelfde kwaliteiten moeten hebben. Over vier en
een half jaar ga ik met pensioen. Ik leer mijn mensen
alles wat ik weet en stuur ze naar het buitenland om
te studeren. Maar wat ik nog altijd niet in ze zie is
de passie die ik heb. Dat kan ik ze niet aanleren.
Van de vijfduizend Egyptische egyptologen zijn er hooguit
drie van echt goede kwaliteit. Daarom probeer ik zoveel
mogelijk aan training te doen. In de komende jaren zult
u een drastische verbetering zien.
Ik wil de Egyptische archeologen leren om te kunnen
concurreren met de buitenlanders. Niet om alle buitenlanders
eruit te werken, want de wetenschappers uit Nederland,
België of de Verenigde Staten zijn goede en serieuze
wetenschappers. Maar de Egyptenaren moeten het niveau
halen zodat ze kunnen samenwerken met de buitenlandse
expedities. Net zoals ik dat heb gedaan.
|