|

Hawass bij de
twee mummies uit KV60

De mummie van
de zwaarlijvige vrouw uit KV60

Het houten kistje uit DB320

De tand in het houten kistje

Het gebit van de zwaarlijvige dame
|
Hatsjepsoet
Deze bijzondere ontdekking is gedaan nadat ruim een
jaar geleden Brando Quilici, de directeur van het Amerikaanse
Discovery Channel, het verzoek bij Hawass had ingediend
om gericht op zoek te gaan naar de mummie van de Egyptische
vorstin. De eventuele identificatie van de mummie van
Hatsjepsoet zou een fantastische aanleiding vormen tot
een nieuwe documentaire.
Howard Carter
In 1903 ontdekte de Britse archeoloog Howard Carter
(later ontdekte hij ook het graf van Toetanchamon) in
het relatief kleine en ongedecoreerde graf KV60 twee
mummies van vrouwen. De ingang van dit graf is op enkele
meters verwijderd van de ingang van KV20, het in de
oudheid leeggehaalde graf van Hatsjepsoet. Eén van de
twee beschadigde mummies in KV60 lag op de vloer. De
andere lag in een houten mummiekist met een opschrift
waaruit mag worden opgemaakt dat het de mummie betreft
van Satra bijgenaamd In, de voedster van Hatsjepsoet
. Deze mummiekist en mummie werden rond 1908 naar het
Egyptisch museum in Caïro overgebracht. Opmerkelijk
is dat in het voorjaar van 2006 Hawass in een artikel
in het Egyptologische tijdschrift KMT juist concludeerde
dat de mummie in de mummiekist van Satra niet de voedster
van Hatsjepsoet is, maar de koningin zelf. Op basis
van recent CT-scan onderzoek laat hij nu deze theorie
weer varen en is hij ervan overtuigd dat de tot voor
kort in het graf achtergebleven mummie die van Hatsjepsoet
moet zijn.
De mummie van een koningin?
De mummie die in het graf achterbleef, is pas in 1989
aan een nader onderzoek onderworpen door de Amerikaanse
egyptoloog Donald Ryan. Het betreft het stoffelijk overschot
van een zwaarlijvige vrouw met grote borsten die in
een leeftijd van rond de vijftig is komen te overlijden.
Zij was niet groter dan 1 meter 55 en de tanden van
haar gebit waren danig afgesleten. De incisie, door
de balsemers aangebracht voor het verwijderen van de
ingewanden, bevindt zich ter hoogte van de bekkenbodem
in plaats van de gebruikelijke linkerzijde van de buik.
Vermoed wordt dat dit te maken heeft met de zwaarlijvigheid
van de vrouw. Enkele slierten van met henna roodgeverfd
haar lagen onder het kale hoofd van de mummie. Ryan
ontdekte in de doorgang naar de grafkamer ook een gezichtsfragment
van een houten mensvormige mummiekist. Dit fragment
was met een scherp voorwerp bewerkt en was ooit voorzien
van een laagje bladgoud. Ook is aan de achterkant ter
hoogte van de kin de hechting te zien voor een koningsbaard.
Dit zou kunnen betekenen dat dit fragment heeft toebehoord
aan een mummiekist voor een persoon van koninklijke
afkomst. Het meest opmerkelijke is echter dat de linkerarm
van deze mummie gekruist over de borst ligt. De linkerhand
is licht gebald tot een vuist zodat de balsemers hierin
een scepter konden plaatsen. Haar rechterarm ligt recht
langs het lichaam met de vingers gestrekt. Dit is de
'koninklijke houding' voor mummies van vrouwen uit het
Nieuwe Rijk. Enkele jaren voor het onderzoek van Ryan
had de Amerikaanse egyptologe Elisabeth Thomas het idee
gelanceerd om deze mummie gelijk te stellen aan Hatsjepsoet.
Andere bewijzen
In het verleden is echter ook onderzoek gedaan dat
in een andere richting wijst. De Britse egyptoloog John
Romer heeft in 1979 in opdracht van het Brooklyn Museum
het enkele honderden meters verder gelegen graf KV4
uit de tijd van Ramses XI nader onderzocht. Dit in de
oudheid leeggeroofde graf heeft ooit in de 21ste dynastie
dienst gedaan als een werkplaats voor de priesters die
in opdracht van farao Pinodjem alle koningsmummies uit
het Nieuwe Rijk moesten veiligstellen tegen grafrovers.
De koningsmummies werden van alle kostbaarheden ontdaan,
opnieuw ingezwachteld en in een zogenaamde cachette,
een verborgen tombe, opnieuw bijgezet. In het geval
van Hatsjepsoet moet haar mummie in een houten binnenkist
zijn vervoerd van haar graf KV20 naar KV4. Romer trof
er namelijk een fragment aan van een houten mummiekist
met daarop de naam van Hatsjepsoet. Het verhaal wordt
nog wat ingewikkelder wanneer in ogenschouw wordt genomen
dat nog twee andere mummies die van Hatsjepsoet zouden
kunnen zijn. Deze mummies van vrouwen werden ontdekt
in een koningscachette aan de andere zijde van de heuvels
van het Dal der Koningen. Per toeval werd deze onderaardse
ruimte in 1881 op enkele honderden meters ten zuiden
van de terrassentempel van Hatsjepsoet te Deir el-Bahri
ontdekt. Deze cachette DB320 lag volgestapeld met kisten
met daarin de mummies van koningen uit het Nieuwe Rijk.
In het bijzonder was de periode rondom Hatsjepsoet goed
vertegenwoordigd. Zo trof men er de mummies aan van
haar vader Thoetmosis I, haar halfbroer en echtgenoot
Thoetmosis II en haar opvolger Thoetmosis III. De mummies
van twee vrouwen lagen naast ongedecoreerde mummiekisten.
Ook is in dezelfde ruimte een houten kistje aangetroffen
met daarin gemummificeerd menselijk materiaal. Op dit
kistje staat de naam Maätkara, de eerste cartouchenaam
van Hatsjepsoet, geschreven.
Onomstotelijk?
Recent onderzoek naar de inhoud van dit kistje uit
DB320 zou volgens Zahi Hawass het onomstotelijke bewijs
leveren voor de identiteit van de mummie van Hatsjepsoet.
Een CT-scan van het houten kistje toont namelijk aan
dat naast gemummificeerd organisch materiaal er ook
een tand in wordt bewaard. De CT-scan van de mummie
van de zwaarlijvige dame in KV60 zou volgens Hawass
aantonen dat deze tand precies zou kunnen worden teruggeplaatst
in het gebit van deze mummie. Men hoeft geen tandarts
te zijn om te zien dat op basis van de scangegevens
deze conclusie wel erg voorbarig is.
Een bezoek aan de website van Zahi Hawass leert ons
verder dat inmiddels een DNA-laboratorium is geïnstalleerd
in het depot van het Egyptisch Museum in Caïro. Daar
wordt in bedekte termen uitgelegd dat tot op heden nog
geen overtuigend resultaat is geboekt op het vlak van
DNA-onderzoek aan de betreffende vier vrouwenmummies
(de twee mummies in KV60 en de twee in DB320).
Berichten over DNA-vergelijking met de mummie van de
grootmoeder van Hatsjepsoet zijn onzinnig. We kennen
de mummies van de grootouders van Hatsjepsoet niet.
Wel is de mummie van Ahmose-Nefertari bekend. Zij was
de zus van de mogelijke grootvader van Hatsjepsoet.
Dit is echter beslist niet zeker. Vreemd genoeg wordt
geen melding gemaakt over DNA-vergelijking met de mummies
van haar vader en haar halfbroer, Thoetmosis I en II.
Voor informatie over de exacte locatie van de in dit
artikel genoemde graven in het Dal der Koningen raadpleegt
u: Theban
Mapping Project.
Voor de eerdere identificatie van de mummie in de
mummiekist uit KV60 met Hatsjepsoet, klikt u hier op:
Onderzoek
2006 Zahi Hawass.
Voor de nieuwe identificatie van de zwaarlijvige mummie
uit KV60 met Hatsjepsoet, klikt u hier op: Onderzoek
2007 Zahi Hawass.
|